Stucen of stukadoren

In deze kluswijzer wordt uitgelegd hoe u zelf een muur of wand kunt stukadoren met een bijbehorende instructievideo. Iedereen kan het, maar u moet wel weten waar u tijdens het stukadoren op moet letten. Als in de wand veel oneffenheden zitten en die wilt u gaan behangen, betegelen of schilderen, is het aan te raden om de muur glad te maken voor een mooi eindresultaat. Hieronder worden de verschillende materialen uitgelegd die u nodig heeft en staat stap voor stap beschreven hoe u zelf de wand kunt stucen.

Instructievideo stukadoren

Soorten gipsmodel om te stucen

Wilt u wanden en plafonds die strak en glad zijn of gaat uw voorkeur uit naar schuurwerk? Wilt u de muur verven, behangen of tegelen? Hieronder de gipsgebonden pleisters van Knauf zijn een ideale ondergrond om wanden en plafonds naar uw smaak te creëren. Tevens zijn deze producten in iedere bouwmarkt te verkrijgen.

Fix&Finish; Voor gladpleisterwerk met een laagdikte van 1-3mm
Roodband; Voor gladpleisterwerk met een laagdikte van minimaal 5mm
Goldband; Voor gladpleisterwerk met een laagdikte van minimaal 10mm
Geelband; Voor schuurwerk vanaf 5mm
Schuurband; Voor schuurwerk vanaf 10mm

Gereedschap om te gaan stukadoren

Hieronder hebben wij een lijst opgesteld met materialen die u nodig heeft om tijdens het stukadoren;
1) Speciekuip
2) Mixer voor op de boormachine (om de gipsmortel aan te maken)
3) Troffel (om de gipsmortel uit de speciekuip te scheppen)
4) Opzetbord
5) Pleisterspaan (om de gipsmortel op de wand aan te brengen)
6) Afreilat (om de stuclaag af te strijken)
7) Hoekschopje (om binnenhoeken strak te strijken)
8) Schuurbord met sponszool (om oneffenheden weg te werken)
9) Spacmes (om het stucwerk strak te strijken)
10) Plamuurmes

Ondergrond om te stukadoren (stucen)

Met behulp van een plamuurmes verwijdert u alle loszittende delen op de te stucen wand. Daarna maakt u de wand stofvrij. Vervolgens strijkt u met een natte blokkwast over de wand, om te beoordelen of de wand de juiste zuigende werking heeft waardoor het stucwerk blijft hechten. Als het vocht ruim binnen de 5 minuten verdwenen, dan heeft u te maken met een sterk zuigende ondergrond. Is op sommige plaatsen het vochtig wel verdwenen en op andere plaatsen niet, dan heeft u te maken met een onregelmatig zuigende werking van de ondergrond. In beide gevallen dient u de ondergrond, voordat u gaat stukadoren, te behandelen met een voorstrijk. Hieronder een aantal verschillende soorten middelen om de ondergrond te behandelen.
Stuc-primer; Dit gebruikt u bij sterk zuigende en onregelmatig zuigende ondergrond zoals celbetonblokken, verschillende soorten stenen en kalkzandsteen.
Betokontakt; Dit gebruikt u bij niet of matig zuigende ondergrond, zoals beton.
Isokontakt; Dit gebruikt u van vervuilende ondergrond met bijvoorbeeld nicotine, koffie, thee, roet en watervlekken.

Gipsmortel aanmaken

Bij het aanmaken van de gipsmortel, dient u niet te veel gipsmortel in een keer aan te maken. De aangemaakte gipsmortel, dient namelijk binnen 30 minuten verwerkt te worden, omdat het anders te hard is geworden om het nog goed te kunnen aan te brengen. Breng de benodigde hoeveelheid water in de speciekuip, waarna u de gipsmortel kunt toevoegen. Met behulp van de mixer, mengt u de mortel goed door tot een egale klontvrije massa. Op de verpakking staat de verhouding water/gipsmortel aangegeven die u dient aan te houden.

Het aanbrengen van de stuclaag (gipsmortel) op de wand

Alles is klaar en het stucen kan beginnen. Schep met de troffel de gipsmortel op het opzetbord en breng het daarna aan met de pleisterspaan op de ondergrond. In een hoek van 45graden plaats u de pleisterspaan op de ondergrond om de stuclaag in een opgaande beweging aan te brengen. Daarnaast is het handig om te beginnen halverwege de wand. Vanuit hier werkt u eerst naar de bovenkant van de wand en als laatste vanaf de vloer tot aan het midden van de wand, waar u bent begonnen. Zo voorkomt u tijdens het aanbrengen van het stucwerk beschadigingen aan de onderzijde, bijvoorbeeld door het gebruik van een trap.

Reien van de stuclaag (direct na het aanbrengen)

Reien is een belangrijke stap om een vlak eindresultaat te krijgen. Hiervoor gebruikt u een afreilat. Met de reilat haalt u de teveel aangebrachte gipsmortel weg. Werk met het reien van beneden naar boven in een zigzaggende beweging. Op plaatsen waar te weinig gipsmortel aanwezig is, brengt u extra mortel opnieuw aan om tot een mooie egale wand te komen.

Het messen van de stuclaag (circa 20-30 minuten na het reien)

Begin met het messen, als het gips bijna niet meer in te drukken is. Voor het messen van de stuclaag gebruikt u een spacmes. Tip; buigen de uiteinden van het spacmes iets om zodat u geen beschadigingen (strepen) krijgt in het stucwerk. Zorg ervoor dat het spacmes onder een hoek van 45graden op de wand zit en werk van boven naar beneden. Alle gaatjes en oneffenheden dienen in deze fase geheel vlak gemaakt te worden.

Het sponzen van de stuclaag (circa 15 minuten na het messen)

Start met het sponzen als de stuclaag nog een klein beetje plakt. Voor het sponzen gebruikt u een schuurspons. Maak de schuurspons nat en schuur het stucwerk met een draaiende beweging op. Alle oneffenheden als bijvoorbeeld de aanzetten van de pleisterspaan en afreilat werkt u hiermee weg.

Het pleisteren van het stucwerk (direct na het sponzen)

Meteen na het sponzen begint u met pleisteren. Hiervoor gebruikt u de pleisterspaan. De pleisterspaan houdt u onder een hoek van 30 graden op de ondergrond om te een glad eindresultaat te komen. Dit is de laatste afwerking van de stuclaag waarna u de wand kunt gaan afwerken (behangen of schilderen).

De droogtijd van het stucwerk

Voor dat u de wand kunt schilderen of behangen, dient het stucwerk wel droog te zijn. Voor iedere mm stuclaag geldt een droogtijd van 1 dag. Als u bijvoorbeeld 6mm stucwerk heeft aangebracht, dient het 6 dagen te drogen.

Hoekbeschermers plaatsen (hoekprofielen)

Buitenhoeken zijn altijd kwetsbare punten waarbij het stucwerk beschadigd kan worden. Door hoekprofielen te gebruiken, wordt het stucwerk beschermd. Maak de hoekprofielen op maat met een ijzerzaag en plaats de profielen met gipsmortel vast aan de wand. Bij een kozijn plaats u eerst de verticale en daarna het horizontale hoekprofiel. Voor dat u het gaat afwerken, dient de gipsmortel waarmee de hoekprofielen tegen de wand zijn geplaatst wel uitgehard te zijn.

Binnenhoeken afwerken

Voor het afwerken van binnenhoeken, maakt u gebruik van een hoekschopje. U brengt de gipsmortel op de gehele wand aan en werkt deze af. Bij de hoeken haalt u de overtollige gipsmortel weg met het hoekschopje. Nog voordat de mortel is uitgehard, snijd u met de punt van de pleisterspaan de binnenhoek door. Hiermee wordt voorkomen dat deze gaat barsten als de wanden los van elkaar gaan werken. Als u de wand gaat schilderen, kunt u deze naad netjes afkitten. Tevens is het ook aan te raden om stucgaas te gebruiken bij binnenhoeken om scheuren/barsten te voorkomen.

Oude scheuren in de wand wegwerken

Wanneer u oude scheuren in de wand heeft die u wilt gaan stucen, is het verstandig om over deze scheuren stucgaas aan te brengen. Stucgaas zorgt er namelijk voor dat de scheuren niet snel terugkomen. De kans op scheuren is nooit helemaal uit te sluiten, maar u kunt er wel alles aan doen om de kans te verkleinen.