Betonnen vloer isoleren

betonnen vloer isolerenIn dit onderdeel van Mijnkluswijzer wordt uitleg gegeven over het isoleren van een betonnen vloer. Een betonnen vloer isoleren, levert u energiebesparing op. Een betonnen vloer kunt u aan de bovenzijde of onderzijde isoleren. Meestal wordt er gekozen om de onderzijde van de betonnen vloer te isoleren. De vloer wordt niet hoger en het is een stuk minder werk, wat wel het geval is bij het isoleren aan de bovenzijde van de betonnen vloer. Wel dient er een kruipruimte aanwezig te zijn, anders is het isoleren aan de onderzijde van de betonnen vloer niet mogelijk. Hieronder wordt uitleg gegeven hoe u zelf een betonnen vloer aan de onderzijde kunt isoleren.




Isolatie materiaal voor onderzijde betonnen vloer isoleren

Bij de keuze welke isolatie u gaat gebruiken voor het isoleren van de betonnen vloer aan de onderzijde, kunt u kiezen uit de volgende soorten isolatie;

– Glaswol (zonder dampremmende laag)
– Steenwol (zonder dampremmende laag)
– XPS isolatieplaten (hardschuim)
– PIR isolatieplaten (hardschuim)
– Pur isolatieplaten (hardschuim)

U kunt zelf kiezen met welk type isolatie u wenst te werken. Kijk hierbij wel goed naar de isolatiewaarde dat bij ieder type isolatie staat vermeldt aan de hand van de Rd-waarde. Voor het isoleren van een betonnen ondervloer wordt een isolatiewaarde geadviseerd van 3,3 Rd. Hoe dikker de isolatie, des te hoger de isolatiewaarde zal zijn.

Het aanbrengen van de isolatie aan de onderzijde

Glaswol en steenwol plaatst u met behulp van pennen en rozetten. Bij hardschuim isolatieplaten kunt u pluggen gebruiken. De pennen zet u met een dot montagekit vast tegen de onderkant van de betonnen vloer. De isolatieplaten brengt u in verband aan, wat inhoudt dat de isolatieplaten en halve plaat verspringend. Met behulp van een grof broodmes maakt u de glaswol/steenwol op maat. Zorg er wel voor dat u beschermende kleding (lange mouwen, handschoenen), veiligheidsbril en stofmasker gebruikt, om irritatie te voorkomen. Bij hardschuim isolatieplaten gebruikt u een handzaag om deze op maat te maken. Per plaat heeft u 4 á 6 pennen nodig. Vergeet niet het luik van de kruipruimte te isoleren, want anders komt er nog koud in uw woning. Hierbij gaat u hetzelfde te werk en de randen van het kruipluik voorziet u van zelfklevende tochtstrip.

Het is niet aan te bevelen om de isolatie vast te lijmen tegen de onderkant van de betonnen vloer. Mocht u het willen verwijderen, dan is dit een enorme klus. Isoleer tevens de centrale-verwarmingsleiding met behulp van buisisolatie. De warmwaterleiding isoleert u niet in verband met de kans op legionella.

Dampremmende folie aanbrengen

Op de vloer (zand) van de kruipruimte brengt u dampremmende folie aan. Leg de dampremmende folie over het zand en vouw de folie dubbel op 25cm hoogte, waarna u het vast zet met speciale pluggen in de wand. De folie zorgt ervoor dat er geen vocht in de kruipruimte komt, die de aangebrachte isolatie kan aantasten. Wanneer er plassen water aanwezig zijn op de bodem van de kruipruimte, komt de dampremmende folie niet op de bodem te liggen, maar wordt de dampremmende daarboven aangebracht. Onder de dampremmende folie brengt u een luchtkussenfolie (Mioteen KR4) aan dat kan drijven. Bij veel wateroverlast is het wellicht handig om te kijken of er geen lekkage is. Het kan ook komen door grondwater.

Ventileren van de kruipruimte

Zorg tot slot voor voldoende ventilatie in de kruipruimte. Bij een betonnen vloer zonder gasleiding (of met een gasleiding met mantelbuis) dient er per m2 vloeroppervlakte een ventilatieopening te zijn van 100mm2. Bij een betonnen vloer met een gasleiding zonder mantelbuis, dient er per m2 vloeroppervlakte een ventilatieopening te zijn van 400mm2. In beide gevallen dienen de ventilatieopeningen tegenover elkaar gelegen buitengevels aanwezig te zijn.